Indonesië is een land in Zuidoost-Azië, met ook enkele eilanden die gelegen zijn in Oceanië. De naam Indonesië is afgeleid van de Griekse woorden ‘Indos’ en ‘nesos’ en betekent letterlijk Indische eilanden. Het land bestaat uit meer dan 17.000 eilanden en is daarmee de grootste archipel ter wereld. Met 275 miljoen inwoners is Indonesië het vierde land van de wereld, na China, India en de Verenigde staten.

De hoofdstad van Indonesië is Jakarta, maar daar komt binnenkort verandering in. In 2019 werd bekend gemaakt dat in de provincie Oost-Kalimantan op het eiland Borneo een nieuwe hoofdstad zal worden gebouwd dat de naam Nusantara gaat krijgen. Nusantara betekent ‘archipel’, een naam die ook wel wordt gebruikt voor het land Indonesië.

Jakarta is in de 4e eeuw ontstaan als kleine havenplaats in het koninkrijk Soenda en droeg toen de naam Sunda Kelapa. In de 14e eeuw werd Sunda Kelapa een belangrijke handelspost voor peper. De stad werd in 1527 veroverd door Fatahillah van het sultanaat Demak die de stad de naam Jayakarta gaf. In 1619 werd Jayakarta veroverd door de VOC. Hier werd het hoofdkantoor van de VOC in Azië gevestigd en werd begonnen met de bouw van een iets hoger gelegen nieuwe stad die de naam Batavia kreeg. Het gebied van de voormalige havenstad Jayakarta heette vanaf toen Oud Batavia. Na het faillissement van de VOC in 1799 werd Indonesië een kolonie van de Bataafse republiek en daarna van Nederland en kreeg het de naam Nederlands-Indië. Batavia werd de hoofdstad van Nederlands-Indië. In 1942 viel het Japanse leger Nederlands-Indië binnen en kreeg Batavia de naam Djakarta, wat sinds 1972 wordt geschreven als Jakarta. In 1949 werd de in 1945 door Indonesië uitgeroepen onafhankelijkheid door Nederland erkend en werd Djakarta de hoofdstad.

Ten tijde van de VOC was Batavia uitgegroeid tot een stad met 50.000 inwoners. In de tweede helft van de 19e eeuw groeide de stad door tot 1 miljoen inwoners en meer dan 2 miljoen inwoners als de voorsteden worden meegerekend. Inmiddels heeft Jakarta meer dan 10 miljoen inwoners. In de agglomeratie wonen 30 miljoen mensen, die voor werk grotendeels afhankelijk zijn van de stad en daar is Jakarta niet op berekend. De spoorlijnen die Jakarta met de aangrenzende steden verbinden kunnen niet voldoen aan de enorme vervoersvraag, in de stad ontstaan dagelijks grote verkeersopstoppingen en bij de bushaltes staan lange rijen met mensen. Bovendien begint de grond onder Jakarta te verzakken, waardoor de lager gelegen delen van Jakarta op termijn onder water zullen komen te staan.

Het is daarom niet vreemd dat de regering van Indonesië heeft besloten om elders een nieuwe hoofdstad te bouwen. Die gedachte is niet nieuw, want ook Nederland wilde aan het begin van de 20e eeuw al een nieuwe hoofdstad bouwen in de toenmalige kolonie. Het was de tijd van de ethische politiek. Hoewel de slavernij al geruime tijd was afgeschaft, werden de koloniën tot dan vooral beschouwd als wingewesten. Er was geen aandacht geweest voor de belangen van de inheemse bevolking. Koopmanschap stond voorop en de winst die hieruit voortkwam kwam ten goede aan de Nederlandse schatkist. Er kwam echter steeds meer kritiek op deze ‘batig slot-politiek’.

In 1901 zei koningin Wilhelmina in de troonrede dat Nederland tegenover de bevolking van deze gewesten een zedelijke roeping had te vervullen. Hiermee begon de ethische periode die was gericht op de vorming van de koloniale bevolking, zodat zij zouden kunnen komen tot politieke en economische zelfstandigheid. Er werden scholen gesticht, ziekenhuizen gebouwd en wegen en treinverbindingen aangelegd. Bandoeng, net als Jakarta gelegen in de provincie West-Java, werd voorbestemd om de nieuwe hoofdstad van Nederlands-Indië te worden en verkreeg een gemeentelijk energiebedrijf, een gemeentelijk waterbedrijf en een particulier gasbedrijf. Een belangrijke rol bij de keuze voor Bandoeng speelde het feit dat Bandoeng aan een stroomgebied ligt die omgeven is door vulkanische bergen die een natuurlijk verdedigingssysteem vormen. Bovendien is Bandoeng op een hoogland, 770 meter boven het zeeniveau, gelegen en heeft daardoor een aangenaam koel klimaat. Uiteindelijk zou Bandoeng door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en de daaropvolgende Indonesische onafhankelijkheid nooit de hoofdstad worden. Sinds 1949 wordt de naam van de stad geschreven als Bandung.

Voor contact met de overzeese gebieden was Nederland afhankelijk van kabelverbindingen uit het buitenland. Als handelsnatie had Nederland veel belang bij goede en snelle internationale telegrafieverbindingen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was de Duitse kabel waarmee het gecodeerde telegrafische verkeer tussen Nederland en Nederlands-Indië werd onderhouden echter vernietigd. Bovendien ging Engeland berichten die via haar kabels liepen censureren. Hierdoor ontstond de noodzaak van eigen verbindingen. In 1917 werd begonnen met de bouw van een zend- en ontvangstation in de Kloof van Malabar bij Bandoeng en in 1918 op de zandverstuivingen nabij het dorp Kootwijk in Nederland.

Architect van het zendstation in Kootwijk was Julius Luthmann (1890 – 1973), die werkzaam was bij de Rijksgebouwendienst. Om het terrein bouwklaar te maken werden 150 Amsterdamse werklozen ingezet. Het zendstation kon niet uit hout worden opgetrokken vanwege het gevaar voor oververhitting door de straling van de zenders. Er werd een watertoren gebouwd om te kunnen koelen. Het zendgebouw is gemaakt van gewapend beton en heeft de vorm van een sfinx. In de volksmond werd het gebouw ‘De Kathedraal’ genoemd. De mast kreeg de bijnaam ‘Lange Gerrit‘. Er werd gebruik gemaakt van langegolfverbindingen, die niet alleen zeer kostbaar waren in het gebruik, maar bovendien voor zoveel storingen zorgden dat het vlot afwikkelen van berichtenverkeer vrijwel onmogelijk was.

In 1924 werd ontdekt dat korte golven minder gevoelig waren voor atmosferische storingen en zich daarom veel beter leenden voor lange afstandsverkeer dan lange golven. Een jaar later werd de eerste kortegolfverbinding tot stand gebracht en hiermee kwam ook de mogelijkheid voor radiotelefonie in zicht. De telefoniezender bij Malabar werd vervolgens in 1927 verbeterd, waardoor een stabiele telegraaf- en telefoonverbinding ontstond tussen Nederland en Nederlands-Indië. Na een jaar testen werd de radio-telefoondienst op 7 januari 1929 door koningin-moeder Emma met de woorden ‘Hallo Bandoeng! Hier Den Haag. Hoort u mij?‘ opengesteld voor het publiek. ‘Hallo Bandoeng‘ werd een bekende term in Nederland.

Mensen hadden nu de mogelijkheid om via de telefoon contact te hebben met hun familieleden in Nederlands-Indië. Daartoe moesten zij naar een telegraafkantoor in één van de vier grote steden van waaruit contact werd gelegd met Radio Kootwijk. Die zorgde dan voor een verbinding met Malabar met de woorden ‘Hallo Bandoeng! Hier Radio Kootwijk‘, waarna vanuit Malabar een verbinding werd gemaakt met een telegraafkantoor in Bandoeng, Weltevreden, Semarang of Soerabaja, waar de op te roepen familieleden zaten te wachten. Er waren vooral Nederlandse mannen uitgezonden naar Nederlands-Indië die, bij gebrek aan Nederlandse vrouwen, vaak een relatie begonnen met een Indische vrouw. Vaak werden die vrouwen in de steek gelaten als de mannen weer terugkeerden naar Nederland, maar er waren ook mannen die een gezin stichtten en zich definitief in Nederlands-Indië wilden vestigen. Een telefoongesprek voeren met Nederlands-Indië was zeer prijzig. Een gesprek met Bandoeng kostte dertig gulden voor drie minuten en vervolgens een tientje voor elke volgende minuut. Dertig gulden kwam ongeveer overeen met het weekloon van een werkman. Een gesprek met Semarang of Soerabaja was zelfs nog duurder, zoals te zien is op de featured image bovenaan deze pagina. Op zaterdagmiddag was er een korting van 30% op het normale tarief.

In juni 1929, een half jaar na de opening van de telefoonlijn met Nederlands-Indië, kwam Willy Derby met het lied ‘Hallo Bandoeng‘, waarin een oude vrouw naar het telegraafkantoor gaat om de stem van haar zoon te horen. Aan het eind van het lied wordt de suggestie gewekt dat de vrouw overlijdt nadat zij voor het eerst de stem van haar kleinzoon heeft gehoord. Het kan echter ook zo worden gelezen dat de verbinding is verbroken, omdat de drie minuten zijn verstreken. Het was een tranentrekker van jewelste en werd een enorme hit. Er werden 50.000 exemplaren van het lied verkocht, wat voor die tijd een immens aantal was. Het lied is in 1979 gecoverd door Wieteke van Dort en in 1986 door The Amazing Stroopwafels. Wieteke van Dort zong het lied, in haar rol als Tante Lien in de Late Late Lien Show, misschien nog wel gevoeliger dan Willy Derby. The Amazing Stroopwafels, toch een gerenommeerde band, sloeg in mijn beleving de plank echter volledig mis door het lied in een hoger tempo te zingen, waardoor de emotionele lading van de tekst verloren ging. De melodie van ‘Hallo Bandoeng‘ werd in 1990 gebruikt door Rijk de Gooyer voor zijn single ‘Hallo Kozak‘, die werd bijgevoegd bij het boek ‘Jan Cremer 50. Het Vriendenboek‘. Kozak was de naam van de overleden hond van Jan Cremer.

Hallo Bandoeng

't Oude moedertje stond bevend
In het telegraafkantoor.
Vriend'lijk sprak de ambt'naar: Juffrouw,
Aanstonds geeft Bandoeng gehoor.
Trillend op haar stramme benen
Greep zij naar de microfoon,
En toen hoorde zij, o wonder,
Zacht de stem van hare zoon.

Hallo! Bandoeng!
Ja moeder, hier ben ik!
Dag liefste jongen, zegt zij met een snik.
Hallo, hallo!
Hoe gaat het, oude vrouw?
Dan zegt ze alleen:
Ik verlang zo erg naar jou!

Lieve jongen, zegt ze teder,
Ik heb maandenlang gespaard.
't Was om jou te kunnen spreken
M'n allerlaatste gulden waard.
En ontroerd zegt hij dan: Moeder,
Nog vier jaar, dan is het om.
Oudjelief, wat zal 'k je pakken
Als ik weer in Holland kom!

Hallo! Bandoeng!
Ja moeder, hier ben ik!
Dag liefste jongen, zegt zij met een snik.
Hallo, hallo!
Hoe gaat het, oude vrouw?
Dan zegt ze alleen:
Ik verlang zo erg naar jou!

Jongenlief, vraagt ze, hoe gaat het
Met je kleine bruine vrouw?
Best hoor, zegt hij, en we praten
Elke dag hier over jou.
En mijn kleuters zeggen 's avonds
Voor het slapen een gebed
Voor hun onbekende opoe,
Met een kus op jouw portret!

Hallo! Bandoeng!
Ja moeder, hier ben ik!
Dag liefste jongen, zegt zij met een snik.
Hallo, hallo!
Hoe gaat het, oude vrouw?
Dan zegt ze alleen:
Ik verlang zo erg naar jou!

Wacht eens moeder, zegt hij lachend,
'k Bracht mijn jongste zoontje mee.
Even later hoort ze duidelijk:
Opoelief, tabeh, tabeh!
Maar dan wordt het haar te machtig,
Zachtjes fluistert ze: O, Heer,
Dank dat 'k dat heb mogen horen!
En dan valt ze wenend neer.

Hallo! Bandoeng!
Ja moeder, hier ben ik!
Ze antwoordt niet, hij hoort alleen 'n snik
Hallo, hallo? 
Klinkt over verre zee....
Zij is niet meer, 
En het kindje roept: Tabeh!

Willy Derby (5 april 1886 – 9 april 1944) werd geboren in Den Haag als Willem (Willy) Frederik Christiaan Dieben. Hij was de middelste van vijf kinderen in een arbeidersgezin. Na de lagere school ging hij werken in een stoffeerderij en later bij een kleermaker, tot hij in militaire dienst moest. Daarna trok hij de wereld in. Hij werkte als zingende ober in Antwerpen en in Londen, werd hutbediende op een boot naar de Verenigde Staten en werkte als zanger/humorist in een zeemanskroeg in de buurt van New York. Op 23 april 1915 trouwde hij met Adelaide Marie de Kuijper, die hem stimuleerde om in Nederland een serieuze carrière in het variété te beginnen. Hij ging optreden met zijn jongste broer Lodewijk (Lou) Ferdinand Dieben onder de naam ‘The Bandy Brothers‘. Bandy was een veramerikaanste omkering van de lettergrepen van hun naam Dieben.

De broers maakten voornamelijk ruzie en toen succes uitbleef besloten ze al snel om ieder een eigen weg in te slaan. Als solo-artiesten zouden de broers wel succesvol worden en tot de populairste artiesten van Nederland gaan behoren. Lou werd bekend onder de naam Lou Bandy en scoorde hits met liedjes als ‘Wie heeft er suiker in de erwtensoep gedaan?‘, ‘Louise, zit niet op je nagels te bijten‘, ‘Rats, kuch en bonen‘, ‘Zoek de zon op‘ en ‘Schep vreugde in ’t leven‘. Willy probeerde het eerst met de naam Will Bandy, wijzigde dit in 1918 in Will Derby en werd uiteindelijk bekend als Willy Derby. Hij verbleef vaak bij Parlephone in Berlijn waar hij zijn plaatjes opnam, die hij vervolgens onder meer via zijn eigen platenwinkels in Den Haag verkocht. De liedteksten en de bladmuziek gaf hij uit via zijn eigen uitgeverij. Hij zette maar liefst 750 liedjes op de plaat. Bekende nummers van Willy Derby zijn ‘Twee oogen zo blauw‘, ‘Het plekje bij den molen‘ (Daar bij die molen), ‘Droomland‘, Heidewitzka‘, ‘Ik heb een huis met een tuintje gehuurd‘, ‘Ik zoek een meisje‘, ‘Scheiden doet lijden‘, ‘De kleine man‘ en uiteraard ‘Hallo Bandoeng‘. Het zijn liedjes waarvan heel veel mensen nog steeds de refreinen moeiteloos kunnen meezingen.

Zakelijk ging het Willy Derby voor de wind, maar privé had hij diverse issues. Zijn vrouw Adelaide had een zwakke gezondheid en moest vaak het bed houden. Zelf kreeg Derby in 1933 een hartinfarct, waardoor hij het op doktersadvies rustiger aan moest gaan doen. In 1936 kreeg Willy Derby een relatie met de pas vijftienjarige Tietje Schaank, met wie hij ging samenwonen. Hij scheidde echter niet van zijn vrouw Adelaide en had vanaf dat moment derhalve twee vrouwen te onderhouden. Tietje Schaank werkte een periode als variété-artieste, maar zou later als toneel- en televisieactrice bekend worden onder de naam Teddy Schaank. Haar bekendste rollen waren die van verpleegster in de televisieserie Pension Hommeles, Cornelia Bromsnor in de televisieserie Swiebertje en als huishoudster Hanna in de kinderserie Pommetje Horlepiep.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Willy Derby twee keer gearresteerd op beschuldiging van anti-Duitse provocaties tijdens optredens voor besloten gezelschappen. Na zijn tweede arrestatie in 1943 werden hem in de strafgevangenis in Scheveningen de medicijnen onthouden die hij nodig had voor zijn hartkwaal. Tietje wist de medicijnen naar binnen te smokkelen en redde daarmee mogelijk zijn leven. Na zijn vrijlating mocht Willy Derby een half jaar niet optreden en de verkoop van grammofoonplaten was tijdens de oorlog vrijwel komen stil te staan. Zijn hartkwaal verergerde en hij werd een oude zieke man. In 1944 zou Tietje de relatie met Willy Derby beëindigen. Zij zou na de oorlog trouwen met acteur Leo de Hartogh en later met Ko van Dijk Jr. Met Leo de Hartogh kreeg zij dochter Linda de Hartogh, die bekend zou worden als actrice Linda van Dyck. Een half jaar na de beëindiging van de relatie met Tietje overleed Willy Derby aan een hartinfarct tijdens seksuele gemeenschap met een vrouw waarvan de identiteit niet bekend werd gemaakt.

De tekst van het lied ‘Hallo Bandoeng‘ wordt toegeschreven aan Enrico Paoli (1892 – 1942), terwijl Willy Derby verantwoordelijk was voor de muziek. Enrico Paoli was de artiestennaam van de Amsterdamse volkszanger en conferencier Henk Paauwe. Zijn naam is ook verbonden aan het lied ‘Witte rozen‘ van Willy Derby en hij wordt genoemd als co-auteur van het lied ‘De fles‘, dat hij zelf opnam in 1930 maar dat vooral bekend is geworden door de uitvoering van Jan Boezeroen en het duet van André Hazes en Herman Brood. Toch valt daar wel iets op af te dingen. Er werd voor de oorlog elke maandagmiddag een artiestenbeurs gehouden in Café Royal De Kroon op Rembrandtplein 17 in Amsterdam. Tekstschrijvers en componisten verdrongen zich daar om de uitvoerenden in de hoop ze een tekst en/of een melodie te kunnen verkopen. De uitvoerenden presenteerden de tekst of melodie vervolgens als eigen werk. Willy Derby was een vaste bezoeker van de artiestenbeurs. Het is bekend dat hij, evenals zijn broer Lou Bandy, Louis Davids, Heintje Davids, Snip en Snap, Wim Sonneveld, Tom Manders en Fien de la Mar, veel teksten kocht van tekstschrijver Jacques van Tol en daar zijn eigen naam of de naam van een bevriende collega onder zette. Jacques van Tol werd later bekend als ‘de spookschrijver’. Ik acht de kans daarom groot dat niet Henk Paauwe maar Jacques van Tol, of een andere tekstschrijver die zijn werk via de artiestenbeurs aanbood, de werkelijke schrijver is van ‘Hallo Bandoeng‘. Jacques van Tol was de vader van Hans van Tol, beter bekend als Tol Hansse.


Voor het schrijven van dit artikel heb ik gebruik gemaakt van de volgende bronnen:

  • hierradiokootwijk.nl – de geschiedenis van Radio Kootwijk;
  • radiokootwijk.nu – geschiedenis zendstation Kootwijk en zendstation Malabar;
  • Archixplore.com – architectuur Radio Kootwijk;
  • Biografisch woordenboek van Nederland – Dieben, Willem Frederik Christiaan – Ben Leenders, 2002;

©Bert van Zantwijk

Overname van (delen van) dit artikel is uitsluitend toegestaan onder vermelding van de naam van de auteur en/of een link naar dit artikel.