Aan dit artikel wordt momenteel gewerkt.

Muhammad ibn ‘Abdullâh (Mohammed, zoon van Abd Allah) wordt door moslims beschouwd als profeet en boodschapper van God. Een profeet is iemand die boodschappen van een godheid doorgeeft, een boodschapper is een profeet die nieuwe openbaringen van God brengt. Een boodschapper is dus altijd een profeet, maar een profeet is niet altijd een boodschapper. Mohammed was de laatste profeet en boodschapper die een openbaring van God heeft ontvangen en wordt daarom aangeduid als het ‘Zegel der Profeten‘.

Mohammed werd rond 570 geboren in de stad Mekka in Saoedi-Arabië. Zijn vader stierf kort voor de geboorte van Mohammed en Mohammed en zijn moeder werden daarna verzorgd door de opa van vaderskant. Toen Mohammed zes jaar was stierf zijn moeder en twee jaar later ook zijn opa. Hij werd daarna opgevoed door zijn oom, Aboe Abd Manaf, een rijke koopman en leider van de stam Banu Hasjim, die later bekend zou worden als Aboe Talib.

Over het leven van Mohammed is weinig bekend. De oudste biografie, de ‘Sirat Rasul Allah‘ van Mohammad ibn Ishaq, stamt uit plus minus 750, meer dan honderd jaar na de dood van Mohammed, en is samengesteld door mondelinge overleveringen samen te voegen. Uit deze mondelinge overleveringen is bekend dat Mohammed schaapherder was voordat hij als koopman in dienst trad van de rijke weduwe Khadija. Toen Mohammed 25 jaar oud was trouwde hij met zijn vijftien jaar oudere bazin. Khadija was van adellijke afkomst en zeer vermogend door de erfenissen die zij had verkregen van haar vader en haar overleden man.

De Arabische wereld had destijds een polytheïstisch geloof, zij vereerden een groot aantal goden en geesten. Khadija had een goedlopend handelsbedrijf en via dit bedrijf had Mohammed contact met joden en christenen en kwam daarbij ook in aanraking met hun geloof. Hij ging steeds meer nadenken over het geloof en trok zich vaak terug in de bergen om te mediteren. In het jaar 610 zou Mohammed zich hebben teruggetrokken in de grot van Hira, toen hij in een visioen werd bezocht door de engel Djibriel (Gabriël), die hem aanwees als profeet van God. Mohammed was toen 40 jaar en vanaf dat moment zou hij via Djibriel openbaringen van God blijven ontvangen.

Enkele jaren na zijn eerste openbaring begon Mohammed in het openbaar te verkondigen dat hij de profeet en boodschapper van God was, dat alleen de Islam (letterlijk: de onderwerping aan God; moslim betekent: degene die zich heeft onderworpen) het juiste pad was en dat de mensen zich dienden te onthouden van het aanbidden van afgoden. Dit stuitte op verzet van de heersende klasse, die bestond uit rijke kooplieden die hun status en rijkdom juist vooral dankten aan de handel rond de veelgodencultus in Mekka. Zij stonden echter machteloos omdat Mohammed onder bescherming stond van zijn oom, hoofdman Aboe Talib.

Tot Mohammeds eerste volgelingen behoorden zijn vrouw Khadija, zijn zoon Zayd, zijn neef Ali (de zoon van Aboe Talib) en de koopmannen Aboe Bakr en Oethman ibn Affan. Ali ibn Aboe Talib trouwde met Fatima, een dochter van Mohammed en Khadija. Oethman ibn Affan trouwde zelfs met twee dochters van Mohammed, eerst met Roekajja en na haar dood met Oem Koelthoem, hoewel door Sjiieten in twijfel wordt getrokken of zij natuurlijke dochters van Mohammed waren. Oethman ibn Affan was de zoon van een van de rijkste handelaren van de Qoraiesj-stam, waardoor hij in de voor die tijd unieke situatie verkeerde als jong kind al te hebben leren lezen en schrijven. Hij is een van de schrijvers die na de dood van Mohammed in opdracht van Aboe Bakr de via Mohammed verkregen openbaringen heeft verzameld en opgetekend voor de Koran.

In de loop der jaren verzamelden zich ongeveer 70 families om Mohammed heen. Dit waren vooral arme mensen en slaven. Door de heersende klasse in Mekka werd hij geboycot en bedreigd, waardoor de groep genoodzaakt was zich terug te trekken in de bergen. In 619 overleed eerst Khadija en kort daarna ook Aboe Talib. Na de dood van Khadija liet Aboe Bakr zijn dochter Aïsja haar verloving met een Mekkaan verbreken en zich verloven met Mohammed. Zij zou de tweede vrouw van Mohammed worden, waardoor Aboe Bakr de schoonvader werd van Mohammed. Door de dood van Aboe Talib verloor Mohammed zijn beschermde status en dit bood zijn tegenstanders de gelegenheid om openlijk te speculeren over mogelijkheden om Mohammed uit de weg te ruimen.

In de stad Yathrib, 320 kilometer ten noorden van Mekka, woonden zowel Arabieren, joden als christenen. Zij hadden behoefte aan een bemiddelaar bij politieke conflicten tussen de verschillende groepen. In 620 en 621 ontving Mohammed delegaties uit de stad Yathrib, die overgingen op de Islam. Er werd in het geheim een verdrag gesloten met de Arabische stammen Aws en Khazraj dat Mohammed de politieke aangelegenheden van de stad zou gaan beslechten en in Yathrib zijn geloof mocht verkondigen. Dit stelde Mohammed en zijn volgelingen in de gelegenheid om op 16 juli 622 uit Mekka weg te vluchten en naar Yathrib uit te wijken.

De migratie van Mohammed en zijn volgelingen van Mekka naar Yathrib wordt de hidjra genoemd. De naam van de stad Yathrib werd na de komst van Mohammed gewijzigd in Madinat-un-Nabawi, de stad van de profeet, en zou later worden afgekort tot Medina. Mohammed verbleef tien jaar in Medina, alvorens in 632 te overlijden.

De dood van Mohammed zorgde voor een tweedeling tussen de moslims. De Soennieten meenden dat de meest bekwame man onder de volgelingen van Mohammed hen moest leiden, terwijl de Sjiieten vonden dat de nieuwe leider een afstammeling van Mohammed moest zijn. Mohammeds vriend, adviseur en schoonvader Aboe Bakr werd als eerste kalief gekozen, terwijl de Sjiieten zijn schoonzoon en neef Ali Aboe Talib en diens nageslacht beschouwden als de rechtmatige erfgenamen van de Islam. In het jaar 638, zes jaar na de dood van Mohammed, zou kalief Omar ibn al-Khattaab 16 juli 622, de datum waarop de hidjra begon, uitroepen tot stichtingsdatum van de Islam en het begin van de islamitische jaartelling.

Het islamitisch jaar volgt de Koran, die aangeeft dat de zon en de maan door Allah zijn geschapen en dat de maan de tijdmaat aangeeft. De islamitische kalender is daarom een maankalender, waarbij het begin van de maand wordt bepaald door de geboorte van de nieuwe maan. In sommige landen, zoals Saoedi-Arabië, is de islamitische kalender de officiële kalender, de meeste landen hanteren echter net als wij de Gregoriaanse kalender en gebruiken de islamitische kalender alleen voor religieuze doelen.

De maan is een natuurlijke satelliet van de aarde en draait in een elliptische baan om de aarde heen. Aarde en maan draaien samen rond de zon. De maan geeft zelf geen licht, maar weerkaatst wel het licht van de zon. Omdat de zon ver weg staat van de maan en de aarde, wordt steeds slechts één kant van deze bollen verlicht en is de andere kant donker. Afhankelijk van hoe de maan ten opzichte van de aarde en de zon aan de hemel staat, zien we een groter of kleiner deel van de verlichte kant van de maan.

Dit is zichtbaar gemaakt in onderstaande illustratie. We zien de maan een baan om de aarde maken en de blauwe pijl geeft de beweging van aarde en maan ten opzichte van de zon aan. Daaronder is zichtbaar hoe wij de maan dan vanaf de aarde zien. Als de maan, vanaf de aarde gezien, in dezelfde richting staat als de zon (zoals bij de linkerwereldbol en de bijbehorende maan nr 1), dan zien we alleen de onverlichte kant van de maan. Dit wordt ‘nieuwe maan‘ genoemd. We zien daarna elke nacht iets meer van de verlichte zijde van de maan, totdat de maan aan de andere kant van de aarde staat en we de verlichte zijde van de maan helemaal zien (nr 5). Dat heet een ‘volle maan‘. Daarna zien we weer elke nacht iets minder van de verlichte zijde, totdat de maan weer in dezelfde richting staat als de zon en er opnieuw een nieuwe maan is (nr 9). De periode van nieuwe maan tot nieuwe maan heet een synodische maand en duurt (afgerond) 29,53 dagen.

Bron van de illustratie: Wikipedia, illustratie uit eigen werk van gebruiker Orion8

Het islamitisch jaar kent twaalf maanden die gebaseerd zijn op deze maancyclus. Elke maand begint bij zonsondergang op de eerste dag dat de nieuwe maan visueel wordt waargenomen. De overige dagen beginnen ook bij zonsondergang, zodat een islamitische dag op de Gregoriaanse kalender altijd ’s avonds begint en de volgende dag ook weer ’s avonds eindigt. Omdat de maancyclus 29,53 dagen duurt, heeft een islamitische maand soms 29 en soms 30 dagen. Een gewoon jaar telt zes maanden met 29 dagen en zes maanden met 30 dagen, samen 354 dagen. In elke cyclus van 30 jaar zijn er elf schrikkeljaren, waarin de laatste maand geen 29 maar 30 dagen telt en het jaar derhalve een dag meer heeft en 355 dagen telt. Een islamitisch jaar telt hierdoor gemiddeld 354,36 dagen, elf dagen minder dan de Gregoriaanse zonnekalender.

Het eerste jaar van de islamitische jaartelling viel deels in het westerse jaar 622 en deels in het jaar 623. De islamitische kalender loopt echter elk jaar tien of elf dagen in op de Gregoriaanse kalender. Op dit moment, maart 2021, bevindt de islamitische jaartelling zich in de achtste maand van het jaar 1442. In het jaar 20.870 lopen beide jaartellingen gelijk, daarna zal de islamitische jaartelling gaan voorlopen op de Gregoriaanse jaartelling.

De Hebreeuwse kalender is, net als de islamitische kalender, gebaseerd op de maancyclus. Voor het jodendom is het echter belangrijk dat Pesach altijd in het voorjaar valt en het Loofhuttenfeest altijd in de herfst. Zij voegen daarom in elke periode van 19 jaar zeven keer een schrikkelmaand toe van 29 dagen, waardoor de gemiddelde duur van een Joods jaar op 365 dagen komt. De islamitische kalender kent geen schrikkelmaanden, waardoor islamitische feesten op de Gregoriaanse kalender elk jaar tien of elf dagen eerder plaatsvinden. In het westen is dit vooral zichtbaar tijdens de ramadan, de vastenmaand van de moslims en de negende maand van het islamitische jaar. Dit jaar (2021) zal de ramadan beginnen op 12 of 13 april. Volgend jaar begint de ramadan elf dagen eerder, dus op 1 of 2 april.

48,550 Month Moon Muslim Wall Murals - Canvas Prints - Stickers |  Wallsheaven

De eerste maand van de islamitische kalender heet Muharram ul Haram, doorgaans afgekort tot Al-Muharram of kortweg tot Muharram. De Turkse benaming is Muharrem. In de volledige naam ‘Muharram ul Haram’ is het woord haram zichtbaar. Haram betekent ‘het is verboden’. Muharram is een van de vier heilige maanden van het jaar, waarin het verboden is om oorlog te voeren of wreedheden te begaan. Moslimgeleerde Ibn Rajab heeft gezegd dat Mohammed de maand Muharram ‘Shahru Allah‘ noemde, de maand van Allah. Muharram wordt beschouwd als de meest heilige maand na Ramadan.

Op 1 Muharram is het islamitisch Nieuwjaar en tevens de dag waarop herdacht wordt dat de profeet Mohammed en zijn volgelingen Mekka verlieten om zich te vestigen in Yathrib, het latere Medina. Het is een dag die voornamelijk gevierd wordt in de moskee. Er wordt een speciale gebedsdienst gehouden, waarna iedereen elkaar een gelukkig nieuwjaar toewenst.

Echt Nieuwjaar vieren doen de moslims pas met Asjoera, op 10 Muharram. Asjoera is afgeleid van het woord ‘ashara’, dat ‘tien’ betekent. Het is de dag van de reiniging, die wordt gekenmerkt door speciale rituelen, die overal anders kunnen zijn. Op deze dag dient elke moslim zich te reinigen door een bad te nemen. In warme streken, zoals Marokko, is het een gebruik dat degenen die het eerst opgestaan zijn hun familieleden wekken door hen te besprenkelen met koud water. Ook worden voorbijgangers nat gegooid vanaf een balkon of door een raam.

Overdag wordt door veel moslims vrijwillig gevast, omdat dit de zonden van het vorige jaar zou uitwissen. Het is gebruikelijk dat ondernemers op deze dag de jaarbalans opmaken, om daarna een deel van hun bezit af te staan aan minderbedeelden. Ook particulieren doen een gift, bijvoorbeeld door het schenken van voedsel aan de armen, maar men kan ook bijvoorbeeld geld schenken voor de bouw van een moskee. Het afstaan van bezit, dat Zakat (reiniging) wordt genoemd, is een van de vijf zuilen van de Islam. Zakat is een soort religieuze belasting en is verplicht indien het bezit minus schulden een bepaald bedrag overschrijdt.

Aşure or Noah's Pudding | A symbol of health and abundance

Asjoera is ook een kinderfeest. Er worden cadeautjes gegeven aan de kinderen en in de vooravond gaan de kinderen langs de deuren. Zij zijn verkleed, dragen soms maskers en maken muziek. Ze worden daarvoor beloond met snoep of geld, vergelijkbaar met het gebruik met Halloween in de Verenigde Staten en Sint Maarten in Nederland. De vrouwen maken traditionele gerechten. ’s Avonds zijn alle gezinsleden thuis en wordt gegeten, gezongen en gefeest. Soms worden er ook vreugdevuren ontstoken en vuurwerk afgeschoten. Asjoera is een dag ter nagedachtenis aan de bevrijding van het volk van Israël uit Egypte door de profeet Moussa (Mozes). Turken bereiden vaak soep en Noach’s pudding, omdat op Asjoera ook wordt herdacht dat Noach de ark verliet na de zondvloed.

In Sjiietische moslimlanden, zoals Iran, Irak, Pakistan, Libanon en Jemen, heeft de dag echter een heel andere betekenis. Voor hen is Asjoera de afsluiting van een tiendaagse rouwperiode. Zij geloven dat de Islam geleid moet worden door een afstammeling van Mohammed. De Sjiieten herdenken op Asjoera de martelaarsdood van Hoessein, de kleinzoon van profeet Mohammed, die op 10 Muharram 61 door onthoofding om het leven kwam in de Slag bij Karbala. Zij rouwen door elkaar voor te lezen uit de Koran, het verhaal van de onthoofding van Hoessein na te vertellen, rouwliederen te zingen en zichzelf te kastijden, waarna zij de dag afsluiten met een gezamenlijke maaltijd. Een kleine groep Sjiieten heeft een ritueel, waarbij men zich in het hoofd snijdt. De hoeveelheid bloed die daarbij vloeit toont aan hoe trouw men is aan Hoessein. Soennieten stellen echter dat dit ritueel volledig in strijd is met de Islam.

De meeste Sjiieten vieren Nieuwjaar met Noroez, het Perzische Nieuwjaar, dat plaatsvindt op de eerste dag van de lente als de dag en de nacht precies even lang zijn. De feestdag heeft geen islamitische grondslag, maar wordt door veel moslims gevierd, ook in Nederland. De Koerden in Irak en Turkije vieren eveneens met Noroez het nieuwe jaar.

GeenStijl: NSFW religekte. Moslims snijden kindertjes

De tweede maand van de islamitische kalender heet Safar, in het Turks Safer, en telt 29 dagen. Safar betekent ‘leeg‘ of ‘nietig’. Door de onduidelijkheid over de betekenis van de naam, wordt Safar door sommigen beschouwd als een ongeluksmaand. De eerste 13 dagen van Safar zouden slechte dagen zijn om te trouwen of voor het starten van een bedrijf. Vooral 13 Safar, bekend als Teira Tezi, zou een ongeluksdag zijn. Waarschijnlijk wordt Safar echter ‘de lege maand’ genoemd, omdat de drie voorafgaande maanden, de 11e, 12e en 1e maand van de kalender, de heilige maanden zijn die het bedevaartseizoen aangeven. In deze maanden was het verboden om oorlog te voeren. Zodra Safar aanbrak werd de strijd weer voortgezet. Sommige bronnen menen daarom dat de naam Safar verwijst naar lege huizen, omdat veel mannen in deze maand hun huis verlieten om te gaan strijden. Anderen menen dat Safar juist verwijst naar het leegroven van veroverde steden tijdens de strijd. Safar kan echter ook ‘sissen’ of ‘fluiten’ betekenen, zoals bij het fluiten van de wind. De naam zou daarom ook gewoon kunnen verwijzen naar de tijd van het jaar, waarbij moet worden bedacht dat de pre-islamitische Arabieren net als de Joden een schrikkelmaand kenden, waardoor de maand Safar altijd in hetzelfde seizoen viel.

De derde en vierde maand heten Rabi’ al-Awwal en Rabi’ al-Akhir, letterlijk de eerste en de tweede lentemaand. De Turkse benamingen voor deze maanden zijn Rebiülevvel en Rebiülahir. Rabi’ al-Akhir wordt ook wel Rabi’ ath-Thani genoemd, de laatste lentemaand. Ook deze namen herinneren nog aan de oude Arabische kalender, waarbij deze maanden altijd in de lente vielen. Tegenwoordig verschuiven de islamitische maanden steeds iets naar voren op de Gregoriaanse kalender, waardoor deze ‘lentemaanden’ in elk seizoen van de westerse kalender kunnen voorkomen. Op 12 Rabi’ al-Awwal wordt Mawlid al-Nabi, de geboortedag van de profeet Mohammed, gevierd. Dit is een van de vijf ‘gezegende nachten‘ binnen de islam. Sjiieten vieren dit op 17 Rabi’ al-Awwal.

Eigenlijk weet niemand wanneer Mohammed geboren is. De geleerden zijn het erover eens dat Mohammed is overleden op 8 juni van het westerse jaar 632. Zijn geboortejaar is berekend door de gegevens die bekend zijn uit zijn levensloop in mindering te brengen op zijn sterfjaar. Eerder schreef ik al dat de oudste biografie van Mohammed is samengesteld door mondelinge overleveringen samen te voegen en pas meer dan honderd jaar na zijn dood is geschreven. Er zijn dus veel onzekere factoren. Bekend is dat Mohammed op 16 juli 622 uit Mekka is gevlucht, omdat op die datum de islamitische jaartelling is begonnen. Hij heeft derhalve ongeveer tien jaar doorgebracht in Medina, voordat hij in 632 overleed. Volgens overleveringen was Mohammed ongeveer veertig jaar toen hij voor het eerst in een visioen werd bezocht door Djibriel en is hij twee of drie jaar later begonnen met het verkondigen van de openbaringen in Mekka. Het is niet bekend hoe lang Mohammed als profeet en boodschapper in Mekka heeft verbleven, maar deskundigen schatten die periode op ongeveer tien jaar. Er dient dus ongeveer 40 (+3) + 10 (Mekka) + 10 (Medina) jaar te worden afgetrokken van het sterfjaar 632 om het geboortejaar te benaderen, zodat Mohammed vermoedelijk is geboren in de periode 569-572, maar niemand weet in welke maand. De data 12 Rabi’ al-Awwal (bij de Soennieten) en 17 Rabi’ al-Awwal (bij de Sjiieten) lijken dus willekeurig gekozen data te zijn voor het vieren van de geboortedag van Mohammed, waarbij zal hebben meegespeeld dat Rabi’ al-Awwal een lentemaand is. De lente is in alle culturen verbonden met nieuw leven.

mawlid 1

Salafisten en wahabisten keuren het vieren van de geboortedag van Mohammed af. Dit zijn fundamentalistische soennitische moslims, die de mawlid als een Bid’ah beschouwen, een ongeoorloofde nieuwigheid. Zij menen dat alleen vieringen mogen plaatsvinden die door de profeet Mohammed zijn voorgeschreven. Wie in de islam een innovatie tot stand brengt en denkt dat deze goed is, beschuldigt in hun ogen de profeet valselijk van het achterhouden en niet volledig uitdragen van de boodschap. Dit vinden zij onacceptabel, omdat Mohammed door Allah tot voorbeeld van de mens is gemaakt en dus de perfecte mens was. Zijn boodschap was daarom de werkelijke, complete en foutloze boodschap van Allah. Als de profeet de boodschap van Allah niet compleet en foutloos zou hebben overgebracht, zou Allah een fout hebben gemaakt in zijn keuze van de mens die de boodschapper moest zijn en een fout van Allah kan het verstand niet accepteren. Zij vinden het niet nodig om de geboortedag van Mohammed te gedenken uit angst dat hij in de vergetelheid zal geraken, omdat bij het oproepen tot gebed al wordt gezegd: ‘Ik getuig dat niks het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allah en ik getuig dat Mohammed Zijn Boodschapper is’. Bovendien verlaat een moslim de moskee niet voordat hij de salaah (prijzingen) en de salaam (vrede) heeft uitgesproken over de profeet. Het is volgens hen ook niet nodig om de geboortedag van Mohammed te gedenken om te laten zien hoeveel de moslims van hem houden, omdat Aboe Bakr de geboortedag van Mohammed ook niet herdacht, terwijl niemand meer van Mohammed heeft gehouden dan hij.

Er komt ook kritiek op mawlid vanuit andere stromingen binnen de islam. De viering zou zijn afgekeken van het christelijke Kerstfeest, waarbij de geboorte van Jezus wordt gevierd. Jezus is in het christelijke geloof echter de zoon van God, terwijl Mohammed in de islam de belangrijkste profeet is van God, maar wel een gewoon mens. Deze stromingen wijzen de mawlid echter niet af, omdat moslims de mawlid niet vieren op een wijze waarbij de profeet een Goddelijke status krijgt. Zij tonen tijdens de mawlid slechts hun blijdschap dat Allah de profeet naar hen heeft toegezonden. Een innovatie is volgens hen pas een ongeoorloofde Bid’ah als de toevoeging in strijd is met de fundamenten van de islam.

De geboorte van de Profeet wordt uitbundig gevierd. Steden worden versierd en vaak wordt een processie gehouden. Thuis en in de moskee bezingen mensen het leven van de profeet. Ook wordt door velen de Qasida Burdah gelezen, een gedicht uit de 13e eeuw en een ode aan Mohammed. Er worden vruchten en zoetigheid gegeten en mierzoete drankjes gedronken. Voor de kinderen is er snoep. Een Arabisch gezegde luidt dat zoet eten zoet doet denken. Het consumeren van zoetigheid staat daarom voor de moslims symbool voor positieve gedachten over de profeet Mohammed. Turken noemen deze dag Mevlid Kandili, kandelaar van de geboorte. Dit verwijst naar het Turkse gebruik om op bijzondere feestdagen ’s avonds alle lichten aan te steken in de moskee. Zij eten op deze dag vaak een kom griesmeel met boter en honing, omdat dit volgens de overleveringen het lievelingsgerecht was van Mohammed.

Mawlid, de geboortedag van Mohammed | IsGeschiedenis

De vijfde en zesde maand van de islamitische kalender zijn Jumada al-Awwal en Jumada al-Akhira, de eerste en de tweede droge maand. In Turkije heten deze maanden Cemaziyelevvel en Cemaziyelahir. De zevende maand is Radjab Moedar, meestal afgekort tot Radjab of Rajab. Radjab is afgeleid van ‘rajaba’ dat respect betekent. In het Turks heet deze maand Recep. De naam wordt meestal vertaald in ‘de vereerde maand’. Radjab is een van de vier heilige maanden waarin oorlogsvoering en wreedheden verboden zijn. De eerste nacht van donderdag op vrijdag in de maand Radjab heet Regaib Kandili en is een van de vijf gezegende nachten in de islam. Turken herdenken dan de ontvangenis van de profeet Mohammed. Ze vasten en staan er in de moskee uitvoerig bij stil dat de moeder van Mohammed in deze nacht zwanger werd van de profeet.

De nacht van 27 Radjab is ook een bijzondere nacht. Die nacht heeft Mohammed in een visioen een hemelreis gemaakt en Allah met zijn blote ogen gezien. ’s Nachts kunnen nafl-gebeden worden opgezegd. Dit zijn gebeden die niet verplicht zijn gesteld maar wel extra voordeel kunnen opleveren voor de persoon die ze uitvoert, vooral als hij de volgende dag ook nog vast. Tijdens de gebeden kan om een gunst van Allah worden gevraagd, maar het helpt sowieso om dichter bij Allah te komen en meer kans te maken om na de dood te worden toegelaten tot het Paradijs. Radjab wordt samen met de erna komende achtste maand Sha’ban beschouwd als een voorbereiding op de ramadan. Het zijn de maanden waarin de Goddelijke Genade extra stroomt. Goede daden en aanbiddingen leveren dan een grotere hiernamaalse beloning op, die groeit naarmate de ramadan dichterbij komt.

Sha’ban, in het Turks Şaban, wordt doorgaans vertaald als ‘maand der verdeeldheid’ of als ‘maand van de scheiding’, mogelijk zo genoemd omdat de heidense Arabieren zich in deze tijd verspreidden en op zoek gingen naar water. De nacht voorafgaand aan 15 Sha’ban is bekend als Nisfu Sha’ban (mid-Sha’ban) of als Laylat al-Bara’ah, dat vertaald kan worden in ‘de nacht der onschuld’ of ‘de nacht der vergeving’. In het Turks heet deze nacht Berat Kandili. Het wordt beschouwd als de nacht waarin de voorspoed van individuen voor het komende jaar wordt bepaald en de nacht waarin Allah vergeving kan schenken voor de zonden die men heeft begaan. Overdag wordt gevast. Daarna gaat men naar de begraafplaatsen om kaarsen te branden voor de overledenen, vergelijkbaar met de Dia de Muertos (dag der doden) in Mexico en met Allerzielen in Nederland, waarna de nacht biddend wordt doorgebracht. Het ’s nachts bidden wordt niet door de islam voorgeschreven, maar wie vrijwillig wil bidden en om vergeving vragen is daarin vrij. Na 15 Sha’ban mag niet meer worden gevast, met uitzondering van de ramadan.

Net als bij de mawlid beschouwen salafisten Laylat al-Bara’ah als een Bid’ah, een ongeoorloofde nieuwigheid. Zij vinden dat de nacht van Bara’at gebaseerd is op Hadith die onbetrouwbaar zijn. Hadith, letterlijk: dat wat men vertelt, zijn islamitische overleveringen over het doen en laten of over uitspraken van de profeet Mohammed. Diverse Hadith spreken elkaar tegen. Elke Hadith krijgt daarom een betrouwbaarheidsclassificatie, zoals mawdoe (verzonnen), da’if djiddan (extreem zwak), da’if (zwak), hasan (goed) of sahih (authentiek). Moslimgeleerden erkennen dat de meeste Hadith over Laylat al-Bara’ah kunnen worden beoordeeld als mawdoe of da’if, maar diverse hadithonderzoekers hebben één Hadith beoordeeld als sahih. Dit betreft de Hadith waarin op gezag van Aïsja en andere metgezellen van Mohammed is overgeleverd dat Mohammed heeft gezegd: ‘Allah kijkt in de middelste nacht van Sha’ban naar Zijn schepping, en Hij vergeeft alles en iedereen, behalve een moeshrik of een moeshaahin.’ Een moeshrik is iemand die aan afgoderij doet, een moeshaahin een betweter, iemand die twistziek is en daarmee de reputatie van anderen beschadigt. De Hadith geeft dus aan dat alle shirk (afgoderij) en onderlinge haat tussen moslims weg moet zijn om Allah’s vergeving te kunnen verdienen.

1698612-image-1525066319.png
Bron van de afbeelding: Wikipedia Engels, eigen werk van gebruiker Sanbang

De negende maand van de islamitische kalender heet Ramadan, in het Turks Ramazan. Het woord ramadan is afgeleid van ‘ramida’, wat ‘verschroeid door de hitte van de zon’ betekent. De maand Ramadan kan daarom worden vertaald als ‘maand van de grote hitte’, maar Ramadan is vooral een heilige maand, een maand van bezinning die in de volksmond bekend is als de vastenmaand. Moslims gedenken dat Mohammed in deze maand de eerste vijf openbaringen ontving van de engel Djibriel. Dat gebeurde in het jaar 610 van onze jaartelling, toen Mohammed zich had teruggetrokken in de Grot van Hira om te vasten en te mediteren. Zo’n periode van bezinning wordt tahannuth genoemd. Naar het voorbeeld van Mohammed hanteren de moslims deze maand ook een vasten gedurende de dag, zoals voorgeschreven in Soera Al-Baqarah (Soera de Koe, het tweede hoofdstuk van de Koran), en dienen zij zich vroom te gedragen. Op 13 april 2021 is het 1 Ramadan 1442 op de islamitische kalender en begint voor de moslims de vastenmaand.

Moslims staan gedurende de ramadan enkele uren voor zonsopgang op om samen de Suhur te gebruiken. De Suhur, ook geschreven als shor, sahur, sahoor of suhoor, is de ochtendmaaltijd voorafgaand aan het vasten. Er wordt water en melk gedronken en langzaam verterende voeding genuttigd, waardoor langer een verzadigd gevoel aanwezig is en het vasten wordt vergemakkelijkt. Daarna maken zij zich klaar voor het gebed door een rituele wassing. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen de ghoesl, de grote rituele wassing, en de woedoe, de kleine rituele wassing. Het verrichten van de ghoesl is verplicht als de geslachtsdelen onrein zijn, bijvoorbeeld na een zaadlozing, geslachtsgemeenschap, menstruatie of een recente bevalling. Totdat de ghoesl is verricht, is de moslim ritueel onrein en mag de moskee niet betreden, de Koran niet aanraken en het gebed niet verrichten.

De grote wassing begint met het wassen van de handen en daarna de geslachtsdelen. Daarna dient de Bismallah te worden uitgesproken. Dit is een spreuk, waarbij men de handelingen die verricht worden opdraagt aan God. Na de Bismallah wast men de handen drie keer en vervolgt met de woedoe, de kleine wassing die voor alle moslims die oud genoeg zijn om onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad verplicht is. De woedoe bestaat uit het in een vaste volgorde en op een voorgeschreven wijze wassen van de delen van het lichaam die gebruikt worden bij de dagelijkse werkzaamheden en daarbij in aanraking kunnen zijn gekomen met onreine dingen. Door het wegwassen van de onreinheid toont de moslim berouw aan God. Na de wassing dient de getuigenis van God te worden uitgesproken, gevolgd door de zin: ‘Allah, laat mij behoren tot degenen die berouw tonen en zich reinigen.’

Premium Vector | How to perform wudu in islam

Na de rituele wassing is de moslim klaar voor de fajr, het ochtendgebed. Deze begint doorgaans bij dageraad, ongeveer anderhalf tot twee uur voor zonsopgang, maar dient in elk geval voor zonsopgang te zijn voltooid. De fajr is het belangrijkste gebed van de dag en tijdens de ramadan ook het moment waarop het vasten begint. Moslims dienen tenminste vijf keer per dag een salat (ritueel gebed) te verrichten. De fajr is de derde salat, omdat de islamitische dag begint bij zonsondergang op de voorgaande dag.

Het vasten wordt sawm of siyam genoemd. Het is een van de vijf zuilen van de islam en dus verplicht voor iedereen die daartoe in staat is. Kinderen zijn verplicht om mee te vasten vanaf het intreden van de puberteit, dus na de eerste zaadlozing of ongesteldheid. Meestal wordt echter een vaste leeftijd van twaalf jaar gehanteerd. Voor die tijd vasten zij af en toe een dag mee, om aan het vasten te wennen. Zieken, zwangere vrouwen, reizigers en anderen voor wie het vasten een bedreiging vormt voor de gezondheid hoeven niet te vasten, maar van hen wordt wel verwacht dat zij het vasten inhalen voordat de volgende ramadan aanbreekt. Ouderen en mensen die lijden aan een chronische ziekte waarvoor er geen hoop is op herstel hoeven het vasten niet in te halen. Zij kunnen het vasten afkopen door voor elke gemiste vastendag een behoeftige te voeden. Wie zonder geldige reden een dag niet vast, moet niet alleen die dag inhalen maar bovendien een boetedoening verrichten door berouw te tonen aan God en Hem om vergeving te vragen.

De vastentijd wordt gezien als een periode van zuivering van lichaam en ziel en als gehoorzaamheid aan God. Het vasten omvat daarom veel meer dan alleen maar het niet eten en drinken van de dageraad tot zonsondergang. Het is vooral een tijd van bezinning waarin de band met God wordt verstevigd, eigenschappen als discipline en zelfbeheersing verder ontwikkeld worden en verdraagzaamheid, vrijgevigheid, liefdadigheid en saamhorigheid worden gestimuleerd. Van dageraad tot zonsondergang mag men daarom niet roken of geslachtsgemeenschap hebben, want een mens dient de baas te zijn over zijn begeerten en lusten. Daarnaast mag men, ook na zonsondergang, geen dingen doen die als verkeerd kunnen worden ervaren.

Er mag niet gekeken worden naar dingen die niet geoorloofd zijn, niet geluisterd worden naar verkeerde praatjes, niet geroddeld, gescholden of gevloekt worden, geen verkeerde handelingen worden gepleegd en geen verboden plaatsen worden bezocht. Niet toevallig hebben al deze dingen betrekking op de ogen, de oren, de mond, de handen en de voeten, precies de delen van het lichaam die tijdens de woedoe ontdaan zijn van onreinheden. Tijdens de vastenperiode proberen veel moslims om de hele Koran te lezen. De Koran is hiertoe onderverdeeld in 30 adjza, zodat men het hele boek in een maand kan lezen.

Volgens overleveringen werd het vasten na zonsondergang door Mohammed gebroken door een oneven aantal dadels te eten en een glas melk te drinken. Veel moslims volgen dit voorbeeld. Daarna volgt weer een woedoe en wordt de Maghrib, het avondgebed, gebeden. Dit is de eerste van de vijf salat, omdat voor de moslims bij zonsondergang een nieuwe dag begint. Maghrib betekent ‘plaats van ondergang van de zon‘. De landen in het noordwestelijke deel van Afrika, Marokko, Algerije, Tunesië, Libië en Mauritanië, worden ook Maghrib of Maghreb genoemd, omdat dit vanuit Saoedi Arabië gezien de plek is waar de zon onder gaat.

Na het avondgebed is het tijd voor de iftar, een maaltijd ter afsluiting van de vastendag. Het volbrengen van de vastendag wordt gevoeld als een overwinning. De ramadan is een maand van saamhorigheid. Moslims bezoeken daarom familie en vrienden om gezamenlijk de iftar te nuttigen en ook moskeeën, verenigingen en buurthuizen organiseren iftars. De ramadan is ook een maand van verdraagzaamheid en vrijgevigheid. Ook niet-moslims mogen daarom aansluiten bij een iftar. Uiteraard is het organiseren van een iftar voor groepen door de coronabeperkingen op dit moment nauwelijks mogelijk.

Mohammed zou in een van de laatste vijf oneven nachten van de ramadan voor de eerste keer een soera van de Koran hebben doorgekregen van Djibriel. Doorgaans wordt Soera de Bloedklomp beschouwd als de eerste soera die geopenbaard werd. Hierin kreeg Mohammed de opdracht om te lezen, terwijl hij volgens de overlevering analfabeet was. Op 27 Ramadan brengen veel moslims de nacht daarom biddend door. Zij gedenken Laylat al-Qadr, de waardevolle nacht waarin de eerste soera werd ontvangen. De beloning voor het bidden zou in deze nacht veel groter zijn dan in andere nachten. Het is niet precies bekend in welke nacht Mohammed de eerste openbaring verkreeg. Sommige moslims nemen daarom het zekere voor het onzekere en brengen de laatste tien nachten van de maand biddend door, zodat zij zeker zijn dat zij in de juiste nacht hebben gebeden en de beloning daarvoor zullen ontvangen.

Why Laylat Al Qadr Is One Of The Holiest Nights Of Ramadan | HuffPost

De tiende maand van de islamitische kalender heet Shawwal, in het Turks Şevval. De eerste dag van Shawwal is het Eid al-Fitr, in Nederland en België vooral bekend als het Suikerfeest. Die naam is afgeleid van het Turks, waar ook wel de term Şeker Bayrami wordt gebruikt, het snoepfeest. Liever gebruiken zij echter de naam Ramazan Bayrami, omdat de nadruk dan meer komt te liggen op de religieuze beleving. Moslims vieren op deze dag het succesvol volbrengen van het vasten tijdens de maand Ramadan, de reiniging van hun ziel en de versteviging van hun band met God.

Eid al-Fitr is een van de twee feesten op de islamitische kalender, alle andere gebeurtenissen zijn vieringen. Eid al-Fitr is een feest omdat het verbonden is aan de ramadan, een van de vijf zuilen van de islam. Officieel duurt Eid al-Fitr slechts één dag. Arabische moslims gebruiken daarom ook wel de naam Eid el-Seghir, het kleine feest. Het tweede feest op de islamitische kalender is Eid al-Adha dat in de twaalfde maand wordt gevierd. Eid al-Adha duurt drie dagen en wordt daarom het grote feest genoemd.

Na het afsluiten van de ramadan gaan moslims na zonsondergang, als de nieuwe dag begint, naar de moskee voor het uitspreken van een feestgebed. Daarna omhelzen zij elkaar. Op de ochtend van 1 Shawwal staan moslims vroeg op, baden zich, trekken schone, liefst nieuwe, kleren aan en spuiten een luchtje op. Na zonsopgang wordt iets gegeten, bijvoorbeeld dadels, om aan te geven dat het vasten voorbij is. Daarna gaan de gezinnen, dus ook de vrouwen en kinderen, naar een ontmoetingsplaats. In Nederland en België is dat meestal de moskee of een zaal, in warme landen een open terrein in de buitenlucht. Daar luisteren zij naar een preek van de imam. Daarna omhelzen zij elkaar, vergeven elkaar de fouten uit het afgelopen jaar en wensen elkaar Eid Mubarak, een gezegend feest. Kinderen kussen de hand van hun ouders en brengen die naar hun voorhoofd.

Dit artikel is nog niet volledig.

©Bert van Zantwijk

Overname van (delen van) dit artikel is uitsluitend toegestaan onder vermelding van de naam van de auteur en/of een link naar dit artikel.