Bert van Zantwijk (Utrecht, 10 januari 1962) is een Nederlandse onderzoeker, auteur en historicus die zich specialiseert in de herkomst en betekenis van volksgebruiken, oude liedteksten en de geschiedenis van de stad en regio Utrecht. Hoewel hij als auteur wellicht geen landelijke bekendheid geniet bij het grote publiek, heeft hij binnen zijn vakgebieden een aanzienlijke invloed en bereik opgebouwd via zijn website en sociale media. Bert van Zantwijk is een gerespecteerd en veelgelezen auteur binnen zijn specifieke niches. Hij staat bekend om zijn kritische houding tegenover hardnekkige fabels en onjuistheden die zelfs door officiële instanties worden verspreid.

Zijn werk en activiteiten omvatten onder meer:

  • Onderzoek naar tradities: Hij doet al meer dan 40 jaar onderzoek naar de oorsprong van diverse volksgebruiken.
  • Publicaties: Hij schrijft artikelen voor zijn eigen website, bertvanzantwijk.com, die maandelijks meer dan 10.000 pageviews trekt, schreef columns voor het inmiddels opgeheven blad De Oud-Utrechter, en heeft bijdragen geleverd aan media zoals de Volkskrant over onderwerpen als de geschiedenis van bekende liedjes, waarin hij de vaak onbekende of vergeten achtergrond van bekende (kinder)liedjes uitdiept. Daarnaast is hij zeer actief op platforms zoals Quora, waar zijn antwoorden over volksgebruiken honderdduizenden keren zijn bekeken.
  • Regionale geschiedenis: Van Zantwijk publiceert regelmatig over de historie van de stad Utrecht en omliggende plaatsen zoals Nieuwegein en IJsselstein.
  • Media-aandacht: Zijn artikelen worden regelmatig opgepikt of vermeld door grote landelijke media, wat bijdraagt aan zijn status als autoriteit in zijn niches.

Aldus de AI-modus van Google op de vraag: ‘Wie is Bert van Zantwijk?’

Het begon allemaal in 2016. Ik was herstellende van een beroerte en in afwachting van een hartoperatie die de vermoedelijke oorzaak van de beroerte moest wegnemen. De klachten die ik op dat moment had waren evenwichtsstoornissen, een verminderd concentratievermogen, problemen met de fijne motoriek en moeite met articuleren, waardoor mijn spraak onverstaanbaar werd naarmate ik meer vermoeid raakte. Ik had jarenlange ervaring met het geven van historische rondleidingen in Utrecht. Dat was nu niet meer mogelijk door de evenwichtsstoornissen en de spraakproblemen. Daarnaast verdiepte ik me op dat moment al meer dan dertig jaar in de herkomst van (toen nog vooral Nederlandse) volksgebruiken en de betekenis van de oorspronkelijke tekst van oude volksliedjes, die wij nu als kinderliedjes kennen, met de intentie om daar ooit wat boeken over te publiceren. De kennis die ik daarover had, bevond zich echter uitsluitend in mijn hoofd. Het leek me een goede concentratieoefening om die verhalen eens voor mezelf op papier te gaan zetten, waarbij het moeten maken van leesbare aantekeningen goed was voor het verbeteren van de fijne motoriek.

Ik maakte op WordPress een gratis website aan (bertvanzantwijk.wordpress.com) om de verhalen voor mezelf te verzamelen. Op 4 juli 2016 plaatste ik hier het eerste artikel, dat ging over de betekenis van de tekst van het kinderliedje ‘In de Maneschijn’. En toen gebeurde het onvoorstelbare: het internet ontplofte. Kennelijk had iemand met een groot bereik het artikel opgemerkt en gedeeld. Ik kreeg verzoeken om meer informatie, die vooral afkomstig waren van landelijk bekende historici, geschiedenisdocenten en -studenten en ik werd door landelijke media benaderd voor interviews, waar ik vanwege mijn gezondheid uiteraard geen gehoor aan kon geven. De teller stopte die dag op 2.400 pageviews. De volgende dag ging dit gewoon door. Nu bleken een aantal aan elkaar gelieerde websites voor moeders van peuters en kleuters aandacht aan het artikel te hebben geschonken op hun website en de link naar het artikel op hun FaceBook accounts te hebben gezet. Die dag had het artikel meer dan tweeduizend views. Er was overduidelijk interesse in de artikelen die zich in mijn hoofd bevonden en ik besloot daarom direct om door te gaan met schrijven. Ik realiseerde me dat mijn verklaringen veelal afweken van de gangbare verklaringen en dat ik vanwege de interesse vanuit historici veel extra onderzoek zou moeten doen om mijn verklaringen te onderbouwen, maar dat vond ik alleen maar leuk.

De gratis website, die slechts bedoeld was geweest als opslag voor de artikelen, werd ingeruild voor een professionele versie met de naam bertvanzantwijk.com en de website was geboren. De website groeide snel, zeker nadat ik de geschiedenis van de stad Utrecht had uitgebreid met verhalen over de regio en ik ook aandacht ben gaan besteden aan volksgebruiken in het buitenland. In de jaren 2023, 2024 en 2025 trok de website tussen 120.000 en 130.000 pageviews, afkomstig uit de hele wereld. Niet iedereen was overigens blij met mij. Ik was me actief gaan bemoeien met de discussie over Zwarte Piet en ook mijn artikel met uitleg over de Sinterklaasvieringen op de Waddeneilanden werd door sommige mensen op Ameland niet gewaardeerd. Het gevolg was dat ik in de loop der jaren meerdere bedreigingen heb ontvangen van mensen die lieten blijken mijn adresgegevens te hebben achterhaald en dreigden om mij wel even te komen opzoeken. Daar ben ik overigens helemaal niet gevoelig voor. In het dagelijks leven ben ik werkbegeleider in een opvang voor daklozen, dus ik ben wel wat gewend. Mijn standaard reactie was daarom: ‘Je bent welkom. De koffie staat klaar.’

Op 25 november 2025 keerde ik terug van vakantie en een bezoek aan (schoon)familie in Thailand. Direct na terugkomst werd ik ziek. Ik had het ongelooflijk koud en bij elke onnatuurlijke beweging kreeg ik ergens in mijn lichaam kramp. Ik schreef dat toe aan het plotselinge temperatuurverschil. In Thailand was het 25-30 graden geweest en in Nederland lagen de temperaturen op dat moment rond het vriespunt. Die klachten bleven een week of twee aanhouden en daarna voelde ik me wel weer oké, al was ik verre van fit. In januari begon ik echter te hoesten. Geen reden om je zorgen om te maken, want half Nederland liep op dat moment te hoesten, maar bij mij bleef het elke keer terugkomen. Toen ik ’s nachts koorts begon te krijgen, ben ik toch maar eens naar de huisarts gegaan. Het was toen inmiddels maart. Ik was bang voor een longontsteking of misschien zelfs een longvliesontsteking. Een uitgebreid lichamelijk onderzoek door de huisarts leverde echter niets op. Alle metingen gaven een normaal resultaat. Op grond van mijn klachten werd besloten om ‘voor alle zekerheid’ toch maar even longfoto’s te laten maken in het ziekenhuis. Die foto’s zouden gemaakt worden op maandag en op vrijdag zou ik dan weer contact hebben met de huisarts.

Na het maken van de foto’s werd mij gevraagd om nog even plaats te nemen in de wachtkamer. Dat duurde best lang. Ik zag andere mensen na hun foto’s plaatsnemen in de wachtkamer en na korte tijd het bericht krijgen dat ze mochten vertrekken. Daar werd ik een beetje onrustig van, maar ik maakte mezelf wijs dat die mensen mogelijk onder behandeling waren in het ziekenhuis, waardoor de beoordeling van de foto’s bij de behandelend arts op de afdeling zou liggen. Uiteindelijk was ook ik aan de beurt en ik kreeg de mededeling dat de foto’s gelukt en beoordeeld waren en dat ik de uitslag via mijn huisarts zou krijgen. Opluchting! Als de resultaten slecht zouden zijn, zou dat in mijn beleving niet via de huisarts lopen, maar zou er direct een consult met een longarts plaatsvinden. Ik kwam thuis en vijf minuten later ging de telefoon: de huisarts. ‘Waar ben je?’ ‘Thuis’ ‘Dat is goed. Luister: de uitslagen van de foto’s zijn niet goed. Er zijn afwijkingen te zien op beide longen en ik moet je gaan overdragen aan een longarts’. En zo kwam ik opeens in de medische molen terecht.

Twee weken lang moest ik vrijwel dagelijks naar een ziekenhuis voor onderzoek. Er werd gebruik gemaakt van sneldiagnostiek, wat inhoudt dat artsen uit verschillende disciplines nauw samenwerken en dat voor elk onderzoek werd gekeken in welk ziekenhuis het eerst plaats was. Daarna volgde de diagnose: longkanker stadium IV (beide longen), met een uitvergroot hart en uitzaaiingen in mijn hoofd en botten. Behandeling was niet meer mogelijk en mijn levensverwachting werd toen gesteld op vier maanden. Van 14-17 april werd ik opgenomen in het ziekenhuis, nadat familie aan de bel had getrokken dat thuis een onhoudbare situatie was ontstaan wegens pijnklachten en risico op ondervoeding. Dit bood het ziekenhuis ook de kans om enkele onderzoeken te herhalen en de resultaten te vergelijken met de eerdere onderzoeken, waardoor het verloop van de ziekte in beeld kon worden gebracht. Hierna werd de levensverwachting bijgesteld naar minder dan 3 maanden, waardoor ik de status terminaal kreeg. Dat werd op woensdag 15 april om 15 uur medegedeeld door de longarts met de woorden: ‘Als je nog met je vriendin wilt trouwen, moet dat deze week gebeuren, hier in het ziekenhuis, en wij gaan daarbij helpen.’ Kennelijk waren ze er niet van overtuigd dat ik het weekend zou gaan overleven. Ik was op dat moment zeer verzwakt en leed aan ondervoeding.

Paradoxaal genoeg volgden daarna de twee mooiste dagen van de laatste jaren. Op donderdag 16 april om 10 uur ’s morgens trouwde ik in het ziekenhuis met mijn vriendin. Mijn familie had, samen met het ziekenhuis en de ambtenaar van de burgerlijke stand, slechts de woensdagavond ter beschikking gehad om dingen te organiseren, maar alles was perfect geregeld. Ik droeg een pak van mijn zoon, omdat ik inmiddels twintig kilo was afgevallen, en schoenen die een maat te groot waren wegens oedeem in mijn benen. Toen wij de ziekenhuiskamer verlieten stond daar een erehaag van artsen en verpleegkundigen. Indrukwekkend! We liepen de gang door en de hoek om en kwamen bij een ruimte die normaal gesproken is ingericht als ontmoetingsruimte voor patiënten en hun bezoek. Die ruimte was nu versierd met rode rozen en ballonnen en volledig ingericht als trouwzaal. Mijn hele familie was aanwezig. Niet alleen mijn kinderen en kleinkinderen, maar ook mijn broer en zussen met hun kinderen. Zij wonen verspreid over Nederland en hadden pas de avond ervoor vernomen over de huwelijksvoltrekking, maar iedereen was erin geslaagd om vrij te nemen en aanwezig te zijn.

Er was werkelijk aan alles gedacht. De ambtenaar van de burgerlijke stand was gekleed in toga, er was een professionele fotograaf aanwezig, er waren bruidstaarten en ze waren er ’s avonds zelfs nog in geslaagd om trouwringen te kopen, die ons na het geven van het ja-woord door de kleinkinderen werden overhandigd. Voor de familie in Thailand was er een videoverbinding geregeld, zodat zij de ceremonie live konden volgen en zij kregen daarbij toelichting in het Thais van een collega van mijn vrouw. Ook een schoonzoon. die voor zaken in Amerika was, heeft de ceremonie online kunnen bijwonen. De volgende morgen volgde nog een verrassing. Ik heb drie kleinkinderen, allemaal meisjes, maar er zijn er ook nog twee onderweg. Mijn schoondochter is zwanger van een jongen. Het wordt de oudste zoon van mijn oudste zoon en dus de stamhouder. Zij is uitgerekend in juli en ik hoop dat ik die geboorte nog mag meemaken. Mijn dochter is ook zwanger, maar zij is uitgerekend in november en dat ligt zo goed als zeker buiten mijn bereik. Ik werd op vrijdag om half negen ’s morgens opgehaald en we gingen naar de afdeling gynaecologie. Daar was een behandelkamer ingericht als een miniatuur filmzaal. Ik werd met mijn rolstoel voor een groot scherm geplaatst en vervolgens werd bij beide dames een pretecho gedaan. Ik kan alleen maar zeggen dat ik me in deze twee dagen volledig heb gerealiseerd wat een geweldige familie ik heb!

Het ziekenhuis kon niet veel meer doen. De pijnstilling was geregeld en werkte goed. Vrijdagavond om 17 uur kreeg ik akkoord om naar huis te gaan en het verdere verloop van mijn ziekte daar door te brengen. Op maandag werd een leenrolstoel geleverd door medipoint, maar dat beviel niet. Het was een prima opvouwbare rolstoel, maar zelfstandig manoeuvreren met de rolstoel deed pijn in mijn longgebied, zodat hij alleen gebruikt kon worden als iemand anders de stoel zou duwen. Een rollator leek uitkomst te bieden, maar door mijn opgezette benen kon ik ook daar maar kleine afstanden mee afleggen. Ik kwam niet verder dan de supermarkt aan de overkant van de straat en het eerste bankje in het park dat bij mijn huis begint. Dan wordt je wereldje opeens heel erg klein. Inmiddels zijn we een paar weken verder. Ik mag gebruik maken van de regiotaxi, heb een kleine scootmobiel gekocht voor het doen van de dagelijkse boodschappen en een grote scootmobiel gehuurd om optimaal te kunnen profiteren van het mooie weer en grotere afstanden te kunnen afleggen. En daarmee heb ik een groot deel van mijn vrijheid teruggekregen. Ik zal de tijd die mij nog rest gaan benutten om quality time te hebben met mijn familie.

De website blijft gewoon online, maar zal niet meer worden bijgewerkt. Er staan best veel artikelen op de website die nog onafgemaakt zijn en ook dat gaat zo blijven. Ik vind dat wel een mooie metafoor voor de vergankelijkheid van het leven. Het toont aan hoe snel een situatie kan veranderen. Op het ene moment ben je actief aan het schrijven en heb je nog heel veel plannen voor artikelen en kort daarna is de auteur overleden en zijn de artikelen onvolledig. Ik heb de kosten voor het online houden van de website voor een aantal jaren vooruitbetaald. Daarna zal de website nog gelezen kunnen worden via de Koninklijke Bibliotheek. De KB is wettelijk verantwoordelijk voor het verzamelen, beschrijven en bewaren van in Nederland verschenen publicaties. Zij zorgen ervoor dat speciaal geselecteerde Nederlandse websites veilig opgeslagen worden en over honderd jaar nog steeds geraadpleegd kunnen worden. Mijn website is een van de websites die door de Koninklijke Bibliotheek geselecteerd is om voor het nageslacht te bewaren.

Ik zal onder dit artikel nog af en toe een update plaatsen om te laten weten hoe het met mij gaat. De eerste update zal ik plaatsen op 17 mei, precies een maand na ontslag uit het ziekenhuis. Bent u een vaste lezer geweest en heeft u van de verhalen genoten? Als u het leuk vindt om persoonlijk afscheid te nemen kan dat. Ik ben bereikbaar op 06 34243926. Ik voel me op dit moment nog goed en vind het leuk als mensen bellen of op bezoek komen. Datzelfde geldt uiteraard ook voor collega-onderzoekers en -schrijvers, met wie ik vaak een leuk contact heb gehad. Na mijn overlijden zal een van mijn kinderen dat onder dit bericht vermelden. Dank voor de jarenlange band.

Let op: op internet staan berichten waarin gemeld wordt dat ik recent zou zijn overleden. Dit klopt niet. Ik ben nog in leven en zal hier regelmatig een update plaatsen hoe het met mij gaat, voor het eerst op 17 mei aanstaande.


Update 19 mei 2026:

Op zondag 17 mei was het een maand geleden dat ik het ziekenhuis heb verlaten. Ik had me daarom voorgenomen om op die dag een update te plaatsen over het verloop van mijn ziekte. Helaas had ik juist toen een slechte dag met heel veel pijn. Vorige week had ik opeens bloed in mijn ontlasting. Dat bleek veroorzaakt te worden door één van de pijnstillers en die werd daarom uit de snoepjespot gehaald. Ik mocht hierdoor wat vaker de kortwerkende ‘indien nodig’-pijnstillers slikken, maar dat zorgde weer voor obstipatie. De pijn die ik zondag voelde werd veroorzaakt door uitzaaiingen op een van mijn ribben. Omdat ik nog relatief jong ben gaat de celdeling behoorlijk snel en dat geldt helaas ook voor de kankercellen. Waarschijnlijk zal ik binnenkort een bestraling gaan krijgen om de pijn die deze uitzaaiingen veroorzaken te verminderen. Sinds vandaag draag ik, naast de medicatie die ik al had, fentanylpleisters tegen de pijn. Dat lijkt te werken, maar daar had ik op 17 mei nog niets aan. En juist toen stond er een leuk uitje gepland.

Mijn broer had geregeld dat ik de laatste competitiewedstrijd van FC Utrecht kon volgen vanuit de charitybox van De Kroon. Dit Utrechtse familiebedrijf huurt een skybox in stadion Galgenwaard, waar zij hun zakenrelaties ontvangen, en stelt daar ook enkele plekjes beschikbaar voor het goede doel. Ik ben al supporter van FC Utrecht sinds 1974, maar ben op dit moment fysiek niet meer in staat om een wedstrijd te bezoeken. De skyboxen zijn echter per lift bereikbaar. Bij binnenkomst hadden we van het bedrijf al clubsjaaltjes gekregen en werd er een lunch geserveerd. Vlak voor het begin van de wedstrijd kwamen Miguel Rodriguez en Angel Alarcon, twee spelers van FC Utrecht die de wedstrijd wegens blessures moesten missen, de skybox binnen en kregen we namens de club een shirt overhandigd. Daarna kregen we de mogelijkheid om vanuit de bij de skybox behorende loge met luxe fauteuils, onder het genot van wat hapjes en drankjes, te genieten van de wedstrijd. Het was een geweldige ervaring, die helaas ook werd overschaduwd door de pijn.

Toch zijn dit wel de momenten waarvan ik het nu moet hebben en doorgaans is de pijnbestrijding gewoon op orde en kan ik volop van dit soort dingen genieten. Van 8 tot 11 mei ben ik een lang weekend weggeweest met mijn kinderen en kleinkinderen. Dat was uiteraard heel vermoeiend, en ik heb ook extra pijnmedicatie moeten slikken en een paar dagen nodig gehad om te herstellen, maar het was het 100% waard. Ik prijs me gelukkig dat de weersomstandigheden goed zijn, waardoor we dit kunnen doen. Als mijn gezondheid het toelaat gaan mijn vrouw en ik in juni ook samen nog even weg: een paar dagen naar de kust. Of dat mogelijk is, is uiteraard afwachten, want als iets me de afgelopen weken duidelijk is geworden, dan is het dat het verloop van de ziekte niet te voorspellen is en dat situaties razendsnel kunnen veranderen. Maar als je niets plant, gebeurt er ook niets, en dus heb ik gewoon geboekt.

De reacties die ik krijg op de bekendmaking van mijn ziekte zijn overweldigend. De meeste mensen reageren geschokt en dat is begrijpelijk. Ik was op zaterdag nog aan het werk, ging op maandag voor alle zekerheid even naar de dokter en was drie weken later terminaal verklaard. Dat was schokkend, ook voor mijzelf. Ik had daarom voorafgaand aan het plaatsen van bovenstaand artikel al heel veel mensen persoonlijk op de hoogte gesteld van mijn situatie, maar uiteraard vergeet je daarbij mensen en gaat de tamtam zo snel dat velen het al hadden gehoord voordat zij een berichtje van mij kregen. Ik krijg heel veel berichtjes van oud-collega’s, maar ook van mensen die mij helemaal niet kennen, maar toch proberen om mij een hart onder de riem te steken door een lief berichtje te plaatsen. Het voelt als een warme deken. Wat mij nog het meest heeft verrast zijn de massale reacties van vroegere gasten van de NoiZ. Mensen die vijf tot tien jaar geleden enige tijd in de opvang hebben verbleven en mij kennelijk nog niet zijn vergeten.

En dan is er nog het gebaar waar ik toch wel even stil van ben geworden. Simon, een collega van de Tussenvoorziening, loopt regelmatig de camino, de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela. Daarbij komt hij ook in de buurt van het Cruz de Ferro, het hoogste punt van de camino. Daar staat een lange houten paal met een ijzeren kruis er bovenop. Pelgrims, die het Ceruz de Ferro op de Camino Francés in Foncebadón bezoeken, leggen daar een van huis meegebrachte steen neer. Voor sommigen is dat een uiting van dankbaarheid voor wat het leven hen gebracht heeft. Voor anderen belichaamt de steen alle lasten die zij tijdens hun leven op hun schouders hebben gekregen, zoals zorgen, pijn, wensen en verdriet. Door de steen bij het kruis te plaatsen, bevrijdt de pelgrim zich van deze lasten en kan hij zich helemaal vrij wijden aan het voltooien van zijn tocht. Het plaatsen van een steen voor iemand anders is een ritueel dat een diepe spirituele band schept. Het laat zien dat de pelgrim tijdens de pelgrimstocht aan de ander denkt en hun pijn of zorgen meedraagt en deelt. Het is een manier om de ander te helpen rust te vinden, of om steun te betuigen in een moeilijke periode. Simon heeft aangeboden om namens mij een steen bij het kruis te leggen. Een gebaar dat ik zeer waardeer!

Ik heb aan mijn ex-vrouw gevraagd om daar een steen voor te ontwerpen. Zij heeft uit speksteen een hart gemaakt van ongeveer 6 bij 5 centimeter. Op één zijde heeft ze mijn naam gezet. Op de andere zijde staan drie takken van een levensboom. De takken komen beneden bij elkaar en symboliseren mijn drie kinderen, de voortkomen uit dezelfde bron. De linkertak splitst zich in twee zijtakken. Dat is mijn dochter met haar twee kinderen. In het midden mijn oudste zoon met zijn drie kinderen en rechts mijn jongste zoon die nog kinderloos is. De streepjes aan de buitenkant geven aan dat de stamboom zich nog gaat voortzetten. Ik ben heel blij met het resultaat, maar vooral met de intentie waarmee dit wordt gedaan.

De huidige status: Op dit moment zijn de ochtenden een ramp. Ik word elke dag benauwd en huilend van de pijn wakker. Gelukkig weet ik dan dat de pijnmedicatie na korte tijd weer optimaal werkt en ik me dan gewoon goed voel. Ik hoop dat de fentanylpleisters daar iets in gaan doen, omdat ik dan ook ’s nachts een regelmatige aanvoer van pijnstilling heb. En ook de pijnbestraling kan hier invloed op hebben. Daar hoop ik in mijn volgende update meer informatie over te kunnen geven. Die update is gepland voor 17 juni, maar eerder als er iets te melden valt. Tot dan!


©Bert van Zantwijk

Overname van (delen van) dit artikel is uitsluitend toegestaan onder vermelding van de naam van de auteur en/of een link naar dit artikel.